Koningsschieten

Het koningsschieten vindt al sinds de 14e eeuw plaats. Het schieten is eens in de 3 jaar tijdens kermismaandag. Alle Gildebroeders vanaf 18 jaar en die minstens 3 jaar lid zijn mogen mee schieten. Er wordt geschoten met een kogelgeweer met kaliber 12mm, op een houten vogel geplaatst op onze eigen schutsboom. Degene die het laatste stukje van de spil schiet mag zich voor een duur van 3 jaar koning noemen. Hij krijgt dan het koningsvest omgehangen en volgens tradities ingehuldigd.

Lang geleden was het de regel dat er elk jaar werd geschoten om een nieuwe koning. Vanwege de hoge kosten is dit nu om de drie jaar geworden. De andere Gildes zijn altijd aanwezig bij het koningsschieten. De schietdag zal zoals gewoonlijk beginnen met een Gildemis. na de mis volgt de vernieuwing van de eed van trouw aan de wereldlijke en kerkelijke overheid, waarna een welvoorziene koffietafel klaarstaat. ’s Middags trekt het gezelschap naar de schutsboom. De persoon die de vogel naar beneden schiet mag zich dan de nieuwe koning van het Onze Lieve Vrouwegilde noemen. Iemand die twee keer koningschiet maakt kans op het keizerschap.

De nieuwe koning wordt nog onder boom geïnstalleerd. De hoofdman wijst hem op de koningsplichten en laat de koning zijn handen wassen, waarna hij de koningsmantel om krijgt en de eed moet afleggen. Pas dan mag de koning over het op de grond gespreide vaandel gaan en wordt hij door de vaandrig ‘ingewandeld’ en brengen de Vendeliers hem een vendelhulde. Tevens wordt er onder de boom ook het koningsbier geschonken.

Tenslotte, is een koning verplicht zich aan iedere Gildeactiviteit deel te nemen, koningsbier te schenken tijdens de kermis en schenkt het Gilde een koningsschild. Mocht een persoon 3x achtereen de vogel eraf schieten dan mag deze persoon zich keizer noemen wanneer de oude keizer is overleden.

Reeds voordat de boog door het vuurwapen zijn belangrijke functie, namelijk die van het wapen had verloren, was boogschieten als bezigheid of amusement al bekend. Al voor het begin van de 14e eeuw werd het boogschieten als behendigheidsspel gebruikt op kermissen en andere volksfeesten. Vroeger hadden schuttersgilden verschillende taken. Op de eerste plaats kwam het verdedigen van de eigen gemeente, de eigen kerk, maar ook het bewaken van de stadspoorten en het zorgen voor orde en veiligheid binnen de stadsmuren.

De schutters moesten daarom wekelijks oefenen. Hieruit ontbonden wedstrijden die in het doelhof gehouden werden. De plaatselijke wedstrijden leiden naar wedstrijden tussen schutters van verschillende dorpen, steden en landjuwelen. Die landjuwelen waren soms dagen durende wedstrijden met uitbundige feesten. Met de Franse omwenteling kwam bij decreet van 7 maart 1791 aan alle Gilden, dus ook aan de schuttersgilden een einde. De broederschappen hadden althans in Aarle-Rixtel met de Vrede van Munster, (1648) de taak van de vroegere schutterijen overgenomen en een deel van de gebruiken. Hieruit zijn de verschillende schietwedstrijden ontstaan bij de schuttersgilden.

Hieruit is dus ook het traditionele Koningsschieten voortgekomen.